Home
Vriend(inn)endag
Ontmoeting
Roze Viering 2010
Roze Viering 2007
Roze Viering 2008
Roze Viering 2009
Flyers Roze Zondagen
Nieuwsbrieven
Folder
Links
Contact
Contactformulier
Gastenboek
Sitemap

We kijken terug op een fijne Roze Zondag. De preek staat hieronder samen met de gebeden.

Beste mensen, broeders en zusters,

In 1961 verhuisden mijn ouders, samen met mij en mijn broertje van Leeuwarden naar Dieren, een plaats in Gelderland. Mijn ouders, die gewend waren met iedereen fries te spreken moesten nu Hollands spreken. En wij, hun kinderen dus ook. Dat zou problemen kunnen geven, zo zal mijn moeder gedacht hebben, dus stelde aan mijn vader voor om geen Fries meer te spreken maar over te gaan op het Nederlands. Hier wilde mijn vader niets van weten. In huis, zo besloot hij zouden wij gewoon Fries met elkaar spreken en op straat, zoals hij zei, Holllands. En zo gebeurde, hoewel, het Nederlands van mijn vader meer leek op het  Leeuwarders en ons Fries bleek later ook niet helemaal perfect te zijn.

In 1970 verhuisden wij weet terug naar Friesland, ik bezocht de school in Zwaagwesteinde. Daar kwam ik er achter dat mijn fries toch wel wat afweek van het fries dat daar gesproken werd. Ik werd dus regelmatig gecorrigeerd als ik weer eens zoiets zei als: ‘een brout meensken’. Maar ik werd toch vrij snel geaccepteerd, hoewel dat, volgens de lerares toch wel bijzonder was, want zo gemakkelijk waren de Westereentsjes niet in het accepteren van mensen van buitenaf.  

Zo stel ik mij voor is het acceptatieproces van Naomi en Ruth, door de bewoners van Bethlehem, ook gegaan. Men kende Naomi nog, hoewel ze jaren in het buitenland gewoond had en doordat ze haar kenden werd Ruth geaccepteerd, een vrouw uit Moab.

Opmerkzaam is dat Naomi, zo blijkt uit het vervolg van het verhaal, heel positief over haar schoondochter spreekt. Op die manier neemt ze, voor zover dat lukt, bij de bewoners ook een gedeelte van de weerstand tegen Ruth weg.

Daaruit blijkt hoe belangrijk het is hoe we over elkaar spreken. Hoe we praten over buitenlanders, over mensen met beperkingen over homo’s en lesbiennes. Niemand is gebaat bij flauwe en kwetsende opmerkingen.

Na een tijdje van gewenning geeft Ruth aan dat ze meer wil doen dan alleen maar thuis zitten, ze wil werken. Ze wil de handen uit de mouwen steken. Ze wil een plaatsje op de arbeidsmarkt. Ze wil onder de mensen. Helaas liggen de baantjes voor een buitenlandse vrouw in Bethlehem niet voor het oprapen er is één mogelijkheid, en dat is aren lezen, of te wel, de aren oprapen die de maaiers bij het binden van de schoven hebben laten liggen. Het was in die dagen niet ongewoon dat vrouwen, die geen inkomen hadden, op deze manier zichzelf voorzagen van graan voor het bakken van brood. En dit werd door de landeigenaren toegestaan omdat het beschreven staat in de wetten van Mozes in Deuteronomium 24:19 ‘

Wanneer u bij de graanoogst op de akker een schoof vergeet, mag u niet teruggaan om die op te halen. Laat hem achter voor de vreemdelingen, weduwen en wezen. De HEER, uw God, zal u erom zegenen in alles wat u onderneemt.

Door op het land, met andere vrouwen aren te rapen, neemt Ruth haar plaats in in het dorp waar ze nu woont. Door dit contact laat zij zien wie zij is. Ze geeft van zichzelf en zo krijgt ze, van de vrouwen en de maaiers, de ruimte die zij nodig heeft om gelukkig te kunnen zijn.

Zo zijn we altijd op zoek naar plaatsen waar we ons zelf kunnen zijn, waar we gelukkig kunnen zijn. Overal waar we komen vragen we om ruimte, om een plek, om aanwezig te mogen zijn. Helaas kan dat vragen om ruimte op weerstand stuiten vooral als we anders zijn dan de groep, b.v. in kleding, in spraak, in scholing, in huiskleur of in geaardheid. Zoals de hoog opgeleide buitenlander die hier als vreemdeling ervaren wordt en daardoor geen passende baan vinden kan, of zoals het mannenstel, dat gearmd over het perron loopt en nagefloten en uitgescholden wordt.

Het doet iets met onze eigenwaarde als mensen je met de nek aankijken en je niet accepteren om wie je bent. Zonder acceptatie wordt je vreugde en geluk ontnomen, je wordt klein gehouden, je wordt in de hoek gezet.

Misschien kunnen we ons, uit de lagere schoolperiode, dat gevoel nog herinneren dat je naar de hoek verwezen werd. Misschien weet je nog hoe dat voelde, met de neus in de hoek en je handen op de rug. Kwetsbaar want je weet niet wat er achter je gebeurt. En dat wil je niet, je wilt weg uit die hoek, en je wilt terug in de kring. Je wilt weer meedoen met de klas, je wilt er bij horen. Ruth is uit haar hoek gekomen en heeft haar plaats in het sociale netwerk ingenomen. Maar dat innemen van jouw plaats, in welk netwerk dan ook, gaat niet altijd even gemakkelijk, soms is daar strijd voor nodig en soms is enige creativiteit voldoende.

Zoals de creativiteit van een oud-collega ongeveer 14 jaar terug toen ik nog als ziekenverzorgster in een verpleeghuis werkte. Ik werkte op een huiskamer waar 12 dementerende dames woonden. Die ochtend moest ik om 7.00 uur beginnen samen met een deze oud- collega. We begonnen onze dienst in de grote zusterpost met een kop koffie en het doorlezen van de rapportage. Mijn collega kwam binnen, ze had een kleine rugtas bij zich en het viel mij op dat hier iets op zat wat ik nog niet eerder had gezien. Het was een kleine button, zo groot als een kwartje. Ik kon eerst maar moeilijk lezen wat er op stond, maar zo nieuwsgierig als ik ben wilde ik dat perse weten zonder het direct te vragen. Op de button was een kleine roze driehoekje te zien met daarin de woorden ‘I am a lady lover’.

Om kwart over 7 liepen we gezamenlijk naar de huiskamer en mijn collega wierp nonchalant haar rugtas in de hoek van de bank. Ik keek naar de button op de rugtas en ik keek naar haar en vroeg haar: ‘Klopt het wat er op die button staat?’ ‘Hoe bedoel je?’ vroeg zij. Ik: “Nou, klopt dat wat daar staat: ‘I am a lady lover?’ Haar antwoord: ‘Ja’. En we gingen aan ons werk.

Zo is dat die toen ochtend gegaan. Geen diepgaand gesprek (dat kwam later). Later vertelde ze mij dat ze die ochtend gedacht had; ‘Weet je wat, ik doe die button op mijn tas, dan kan iedereen het lezen en krijg ik geen lastige vragen, maar hoe was het mogelijk dat ik met jou moest werken en dat jij die vraag wel heel direct stelde.’

Zo vroeg mijn collega van toen om ruimte. Ondertussen zijn we alweer vele jaren bevriend. En is ze alweer 3.5. jaar lid van de kerkenraad.

Zo nemen we allemaal, op onze eigen manier, onze ruimte in en we mogen verwachten dat die ruimte ons wordt gegund. Daar waar die ruimte niet gegund wordt, waar mensen uitgescholden en in elkaar geslagen worden vanwege hun seksuele geaardheid, daarvoor moeten we ons collectief diep schamen. Niemand van ons heeft het recht de ander zijn of haar ruimte te ontzeggen. Als geloofsgemeenschappen hebben we hierin een voortrekkers rol, wij die ons altijd beroepen op de liefde van Jezus voor ons mensen, kunnen wij ons dan ontrekken aan de opdracht: ‘De naaste lief te hebben als onszelf?

Het boek Ruth gaat over relaties, hoe je met elkaar omgaat, dat je mensen, ook al zijn ze weggegaan toen er hongersnood was en terug gekomen nu er weer volop voedsel is, dat ook al zijn ze vreemdeling, of wijken ze af van de norm, wij ze niet in de kou laten staan. Het boek Ruth gaat over respectvolle relaties, waar mensen elkaar in de waarde laten. Dat het ook anders kan blijkt uit de waarschuwing van Boas aan Ruth als hij zegt: ‘Volg de vrouwen die voor mij werken op de voet en houd je ogen gericht op het veld waar gemaaid wordt. Ik zal mijn mannen zeggen je niet lastig te vallen.’

Respectvol met elkaar omgaan betekent een ieders grenzen respecteren, niet over iemands grenzen heengaan. En dat laatste komt heel duidelijk naar voren als Ruth, op aanraden van Naomi, Boas opzoekt op de dorsvloer. Hoe gemakkelijk had Boas dit liggen, van Ruth aan het voeteneind van zijn slaapplaats, anders uit kunnen leggen. Niet als een vraag om hulp maar als een seksueel beladen bezoek. Boaz komt in dit verhaal naar voren als de ridder op het witte paard. Hoe zouden we ons niet een dergelijke ridder wensen? En dan gaat het niet om mannelijk of vrouwelijk, maar om een mens die onze hulpvraag verstaat en ons de hand reikt, die ons ziet zoals we zijn. Die ons aankijkt. Recht in de ogen en vraagt: ‘Ben jij dat? En als je dan ja zegt, je aanvaart zoals je bent.’ Alleen daaruit kan een duurzame relatie ontstaan: man en man, vrouw en vrouw, man en vrouw.

In Boas komen we God tegen, die in zijn liefde omziet naar mensen. God die uitdeelt zoals Boas uitdeelt. 

En zij bleef tot de ochtend aan zijn voeteneinde liggen.

Voordat het zo licht werd dat men iemand herkennen kon, stond ze op, want hij wilde niet dat bekend werd dat ze op de dorsvloer was geweest. 15 Hij zei: ‘Pak je omslagdoek en houd hem open.’ Dat deed ze, en hij goot er zes maten gerst in en hielp haar dit alles op te tillen.

Boas deelt uit van zijn overvloed, hij geeft zoveel graan dat hij Ruth moet helpen met dragen. Overvloed aan graan, maar ook overvloed aan respect, hij neemt haar in bescherming door haar, voordat het licht wordt, naar huis te laten gaan. Overvloed aan liefde door uiteindelijk met haar te trouwen. Hij geeft haar de plaats en de ruimte die ze zich verworven en verdient heeft.

Wij, mensen hebben de opdracht om in navolging van Boas, waarin Gods liefde zichtbaar en tastbaar wordt, uit te delen van onze overvloed. En misschien begint dat met de simpele vraag: ‘Wie ben jij?’ Waarbij je elkaar aankijkt, in de ogen kijkt, niet wegkijkt. Dan zie je elkaar staan en voel je je medemens, evenmens, broedermens, zustermens, naaste.

Amen

 

 

Gebeden uitgesproken op Roze Zondag 7 juni 2009 Surhuisterveen

Eeuwige God, wij danken u voor deze roze dienst, deze plek

en voor de ontmoeting die we vanmiddag vieren.

Wij danken voor het licht dat dagelijks over ons opgaat

en danken voor zegen en kracht door uw Geest.

Voor wat ons gegeven wordt aan liefde, aandacht en geluk,

voor wie ons liefhebben danken wij U.

Wij leven in een wereld in nood.

Bidden wij voor hen die vervolgd worden om hun uiterlijk of gedrag,

Bidden wij voor wie gebukt gaan onder de gevolgen van honger en geweld.

Bidden wij voor de wereld, voor al wat bloeit en leeft

dat wij nog zorgvuldiger omgaan met lucht, water, dieren en planten,

omwille van een goede toekomst.

Bidden wij voor een leefbare samenleving,

waar mensen elkaar kleurrijk en fantasievol durven ontmoeten.

Bidden wij voor wie geknakt zijn in hun menswaardigheid,

gebroken in hun hoop,

dat er licht blijft op hun weg.

Bidden wij voor de plaatselijke kerken

dat zij betrokken zijn bij wat mensen beweegt en ontroert.

Bidden wij voor deze kerk en de mensen die hier bidden,

om inspiratie, goede geestkracht en moed.

Bidden wij voor kwetsbaren in onze gemeenschap,

de zieken, de mensen die verdriet hebben,

de man of vrouw in een isolement,

de jongen of het meisje onrustig onderweg.

Heer wees hen nabij.

Bidden wij dat wij vreugde en geluk oogsten

als die zich aandient.

Lit ús de Hear fan it ferbûn bidde

foar froulju en manlju dy’t op eigen wize

foarm jouwe oan in libben yn it ferbûn;
foar minsken yn in ferbûn

fan frou & frou of man & man of frou & man,

mar likegoed foar de minsken

dy’t bewust of troch omstannichheden

de kar meitsje om har net oan in partner te binen

en dy’t net yn in húshâlding mei oaren libje.

Wy bidde, dat sy yn in ferskaat oan relaasjes

én ta har rjocht komme

én oaren ta seine wêze wolle.

Lit ús bidde foar eltsenien dy’t leaut yn de leafde.

Wy sykje no de stilte.

Wol Jo, Hear, ús yntime gebed yn leafde ûntfange.

-- stilte----

Wij bidden met de woorden die Jezus ons leerde:

ONZE VADER

 

Top